Op deze pagina ga ik in op de historische figuur Meester Zhuang. Daarna volgt een korte bespreking van de verschillende tekstlagen die we binnen de Zhuangzi kunnen onderscheiden.
Vervolgens geven we een kore geschiedenis van de wijze waarop de tekst tot ons is gekomen.

Onderaan geven we een overzicht van literatuur over dit onderwerp.

Zhou Zhuang (Meester Zhuang)

Zoals bij de introductie al gezegd: er is weinig bekend over Meester Zhuang.
Er zijn wel enkele bronnen:

  • de verschijning van Meester Zhuang in de Zhuangzi zelf,
  • de Shiji van Sima Qian (14-83 v Chr).

Graham citeert Sima Qian:

Meester Zhuang kwam uit Meng, 1 en zijn eigennaam was Zhou. Hij werkte gedurende een zekere tijd als klerk in een laktuin. Hij leefde ten tijde van koning Hui van Liang (370–319 v Chr.) en van koning Xuan van Qi (319–301 v Chr.).

Er was niets dat hij niet bestudeerd had, maar de essentie en de basis van zijn wetenschap lagen toch in de woorden van de Oude Meester. Dat is dan ook de reden dat zijn geschriften, die meer dan honderdduizend karakters tellen, voor het overgrote deel uit allegorieën bestaan.

Hij schreef ‘De oude visser’, ‘Rover Voetpad’ en ‘Koffers openbreken’. Daarin bekritiseert hij de volgelingen van Confucius en maakt hij de methodes van de Oude Meester aanschouwelijk. De verhalen over Meester Gengsang, die in de Woeste Bergen van het noorden woonde, en dergelijke zijn allemaal verzinsels zonder enige realiteit.

Toch was hij zeer bekwaam in het hanteren van argumenten, het gebruik van analogieën en het karakteriseren van situaties. Deze bekwaamheden gebruikte hij om met de confucianisten en de mohisten korte metten te maken, en zelfs de besten onder de geleerden van zijn tijd wisten niet hoe ze zich aan zijn kritiek konden onttrekken. Zijn woorden waren briljant, open, vrij en geheel persoonlijk. Derhalve konden koningen, vorsten en hoogwaardigheidsbekleders niets met hem aanvangen.

Koning Wei van Chu [die regeerde van 339 tot 329 voor onze jaartelling] had gehoord dat Zhuang Zi een wijs man was, en stuurde een afgezant met rijke geschenken om hem uit te nodigen met de belofte hem tot minister te maken. Zhuang Zi barstte in lachen uit en zei tot de gezant: ‘Duizend goudstukken zijn een flinke beloning, en minister zijn is een eervolle positie. Maar hebt u dan nooit naar de stier gekeken die bij het grote hemeloffer geslacht wordt? Gedurende een groot aantal jaren wordt hij vetgemest, hij wordt bedekt met kleden van brokaat, en zo wordt hij naar de grote voorvadertempel geleid. Op dat moment zou hij misschien liever een eenzaam kalfje willen zijn, maar wat wil je? Vooruit! Scheer je weg! Bezoedel me niet! Ik geef er de voorkeur aan om in m’n modderpoel te blijven spelen, in plaats van me door een potentaat in het gareel te laten slaan! Nooit van m’n leven zal ik een ambt aanvaarden, maar altijd fijn blijven doen waar ik zelf zin in heb.’(bron: 2)

Angus Graham geeft in zijn vertaling van de Zhuangzi een overzicht van alle vindplaatsen van Meester Zhuang in de Zhuangzi (Graham 2001 p117-124). Op basis daarvan probeert hij een biografische schets van Meester Zhuang te geven:

His upbringing was probably Confucian, but he studied under a Yangist, and in due course became a qualified Yangist teacher with his own disciples. After a crisis which may be reflected in the Tiao-ling story he went his own way, as the irreverent drop-out of the more characteristic tales.
He visited Hui Shih, and heard him use the paradoxes of space and time to prove that all things are one; but his attitude hardened against logic, and he discovered in his own ecstatic experiences the vision which dissolves all distinctions, above all the dichotomy of life and death.
He never again became a formal teacher – in one story he is weaving sandals for a living – and such disciples as he had were people who hung around to pick up something from his words or his mere presence, like the retinue of Wang T’ai of the chopped foot at the beginning of ‘The signs of fullness of Power’. All this is speculation, but will do to make a frame on which to arrange the stories, starting from the Tiao-ling crisis and ending on his deathbed." (Graham 2001, p117).

Kristofer Schipper stelt: 'Laten we aannemen dat er inderdaad een zekere Zhuang Zhou bestaan heeft, dat hij een klerk -en dus een geletterde- was die verbonden was aan een gilde van handwerkers in een lakplantage in de buurt van de grote handelsstad Tao' (Schipper 2007 p30).

Esther Klein voegt daar aan toe: "Apart from the Zhuangzi text, and especially its inner chapters, Master Zhuang has almost no existence as an independent historical figure. He is defined by his authorship of the Zhuangzi text (or at least its perceived core, the inner chapters). To use the terminology of literary criticism, he is purely an author-function. In making the distinction between author and author-function, Michel Foucault wrote:

This ‘author-function’ … is not formed spontaneously through the simple attribution of a discourse to an individual. It results from a complex operation whose purpose is to construct the rational entity we call an author …We speak of an individual’s ‘profundity’ or ‘creative’ power, his intentions or the original inspiration manifested in writing. Nevertheless, these aspects of an individual, whom we designate as an author (or which comprise an individual as an author), are projections, in terms always more or less psychological, of our way of handling texts.

(Esther Klein 2011 p 307).

Mark Edward Lewis geeft een vergelijkbare waarschuwing:

"the notion of authorship was weak or absent” in Warring States philosophical texts. The figure of the master, around whom an intellectual tradition would coalesce, was not an author figure. Instead, “the master was invented, or written as a character, in the text dedicated to him.” (Mark Edward Lewis 1999 Writing and Authority in Early China p58 geciteerd in Klein 2011 p314)

Tot slot. Zhuangzi was een tijdgenoot van Kongzi (Mencius). Er is geen aanwijzing dat deze twee elkaar hebben ontmoet. 

Tekstlagen Zhuangzi

De Zhuangzi is een verzameling van (korte) teksten in proza of versvorm, het bestaat uit anekdotes, parabolen, fabels, allegorieën, dialogen etc. Kortom een mozaïek van losse stukken.

De Zhuangzi is opgebouwd uit drie geschriften:

  • De innerlijke geschriften (hst 1-7)
  • De uiterlijke geschriften (hst 8-22)
  • De gemengde geschriften (hst 23-33)

Angus Graham stelt dat deze teksten over een periode van meerdere eeuwen tot stand zijn gekomen. Hij onderscheidt diverse tekstlagen 3:

  • Teksten toe te schrijven aan Meester Zhuang
    hoofdstukken 1-7  (de zgn innerlijke geschriften), plus enkele passages uit de gemengde schriften.
  • Teksten van (latere) leerlingen ('School of master Zhuang'),
    derde-tweede eeuw v Chr., vroege Han-periode,
    hst 17-22.
  • Teksten van een individu, de zgn 'Primitivist', die sterk is beinvloed door Lao-Zi,
    vermoedelijk rond 205 voor Chr.,
    hst 8-10, 11A.
  • Teksten van een school van eclectische Daoisten of “Syncretisten”,
    vroege Han-periode, ca 180 v Chr.,
    hst 12-16, 11B.
  • Teksten van de zgn 'Yangist', die aansluiten bij Yang Zhu’s 楊朱 (370–319 v Chr.) ethisch egoisme,
    hst 28-31.
  • Heterogene teksten (the so called Ragbag Chapters - Hoffert p303),
    waarvan sommige fragmenten vierde eeuw v Chr,
    hst 23-27, 32.

Liu Xiaogan komt in zijn Classifying the Zhuangzi Chapters uit 1994 tot vier secties:

  • meester Zhuang (hst 1-7)
  • groep I leerlingen meester Zhuang (hst 17-22, 23-27, 32)
  • groep II Huang-Lao school (hst 12-16, 33, 11B) 
  • groep III anarchists (hst 8-11A, 28-31)

Hoffert vergelijkt Graham en Liu: Despite their divergence on this point, however, it is both striking and significant that in the end Liu and Graham break the text down into nearly identical groups of chapters—a fact that is all the more remarkable since they not only reached their conclusions through different approaches but did so without any knowledge of the other’s work (Hoffert 2001 p59)

Liu stelt dat de Zhuangzi compleet was in 241 vChr. (in Hoffert)

Hoffert stelt verder: I believe that the Syncretists reorganized a preexisting collection of writings by Chuang Tzu and his lineal descendants in a deliberate attempt to support their own philosophical position, which was clearly distinct from that of Chuang Tzu and his followers, but just as clearly grounded on their conception of the Tao as ultimate source. (Hoffert 2001 p66)

Harold Roth (1991) volgt overwegend de indeling van Graham. Hij stelt dat in de periode vierde tot tweede eeuw v Chr. de teksten zijn samengesteld en doorgegeven. De uiteindelijk tekst is gecompileerd aan het hof van Liu An (koning van Huainan, overleden 122 BC). Hiermee stelt hij dat de tekst circa 130 v Chr. gereed was.

The prevalence of eclectic tendencies in the second century BC makes it likely that the Chuang-tzu collection would come to completion in the hands of Syncretist editors.’. (citaat Graham in Hoffert p51).

Eske Møllgaard beschouwt de innerlijke geschriften als het werk van Zhuangzi zelf. De rest van het boek bevat teksten die een verdere verduidelijking en uitwerking zijn deze innerlijke geschriften. Zo beschouwt vormen de uiterlijke en gemengde geschriften (ten dele) het vroegste commentaar op het werk van Zhuangzi. 4

Chen Guoying ziet de opbouw van Zhuangzi als volgt: "The Inner Chapters give insight into the principles, the Outer Chapters explain their realization, and the Miscellaneous Chapters illustrate the handling of matters." 5

Teksthistorie Zhuangzi

De oudste vermelding van de Zhuangzi is te vinden in de Lü shi chun qiu (The Annals of Lu Buwei) - in de hoofdstukken 13/3.4 en 14/8.2. Deze tekst stamt van rond 240 v Chr.
Stephan Peter Bumbacher geeft verder aan dat de Zhuangzi bekritiseerd wordt in de Xunzi (335-238 v Chr). en wordt genoemd in de Han Feizi (Bumbacher 2018)

De Han Shu 漢書, uit 111 v Chr. en geredigeerd door Liu Xiang (劉向, 79–8 BCE) of zijn zoon Liu Xin (劉歆, ob. 23 CE), geeft melding van de Zhuangzi die bestaat uit 52 hoofdstukken.

Lu Deming 陸德明 (ca. 556-627), een Confucianistische geleerde uit de vroege Tang-periode noemt een aantal vroege commentaren. Die van Master Meng (periode??) en Sima Biao 司馬彪 [ssu-ma Piao] (240–306 na Chr.) leverden commentaren op een tekst die bestond uit 52 hoofdstukken. Volgens Lu Deming was deze tekst gelijk aan de tekst die genoemd wordt in de Han Shu.

Andere commentaren:
- Cui Zhuan [Ts'ui Chuan] 3-4e eeuw na Chr (27 hoofdstukken, waarvan 7 innerlijke geschriften)
- Xiang Xiu [Hsiang Hsiu] ?221-?300 na Chr (26 hst)
- Li Yi [Li I] (3e-4e eeuw) 30 hst.

De huidige overgeleverde tekst kent 33 hoofdstukken. Deze versie is, zo wordt algemeen aangenomen, afkomstig van een versie die geredigeerd en bekommentarieerd is door Guo Xiang 郭象 252-312 na Chr. [kuo hsiang].

Van Guo Xiang is een postface bewaard gebleven. Hij schrijft het volgende:

This humble scholar sees his virtue as lying in the ability to deal with what is easy to understand, but he does not think very highly of his talent to study strange doctrines. Now, Chuang-tzu possessed extensive skill and exceptional abilities, so that his work is really full of daring terms and lofty expressions. Sometimes the immediate meaning of a word is as good in understanding the text as its metaphorical sense is. Thus, an unlearned person like me is unable to clarify his vast ideas. Instead I randomly revised his parables and metaphors. Especially chapters like Sri O-i, I-hsiu, Wei-yen, Yu-i and Tzu-hsu are extremely artful and complicated. Texts of this kind make up about thirty percent of the book. Some passages have to be stretched to appear somewhat reasonable, others are so distorted that one can only call them absurd. There are parts very similar to the Shan-hai-ching, others resemble the scripts of dream-interpreters. Some come from the Huai-nan-tzu, others again belong in the category of speculation about names and reality.

The text sounds very lofty, with profundity and shallowness side by side. On the other hand, there are vulgar and far-fetched expressions, without any essence or depth whatsoever. In vain one undertakes the effort to understand those, supposing some concealed meaning underlying them. All this causes enormous hindrance in commenting and makes one often lose track of the argument. Taking this into consideration, how could one ever succeed in finding Chuang-tzu's real intentions? Thus I content myself with summarizing all and refrain from intensely inquiring into its logic. I reduced the text to 33 chapters, selecting its best and most complete parts, those which could reasonably be made into one coherent whole. (Kohn 1982 p54-55).

Teksten die Guo Xiang heeft verwijderd zijn mogelijk (voor een deel) in de Liezi en de Shan Hai Jing terecht gekomen. (bron opzoeken)

Commentaartraditie

concept / aantekeningen

De Chinese filosofie kent een uitgebreide commentaartraditie. De oorspronkelijke tekst wordt voorzien van commentaar en de tekst met commentaar wordt vervolgens weer doorgegeven, waarop een nieuw commentaar volgt etc.

Guo Xiang 郭象 [kuo hsiang] 252-312 na Chr.
Zoals hierboven gesteld: de overgeleverde versie van Zhuangzi is gebaseerd op het commentaar van Guo Xiang 郭象 Hij heeft hierbij de Zhuangzi ingrijpend geredigeerd en ingekort. Guo baseerde zich weer op het eerdere commentaar van Xiang Xiu (ca. 227–272).

Studies over Guo Xiang: https://www.iep.utm.edu/guoxiang/

Kohn, Livia. 1985. Guo Xiang and the Zhuang zi.

Youlan Feng. 1989. Chuang-tzu: a new selected translation with an exposition of the philosophy of Kuo Hsiang. Beijing: Foreign Languages Press. ISBN 083511970X *

Ziporyn, Brook Anthony. 2003. The Penumbra unbound the neo-Taoist philosophy of Guo Xiang. SUNY series in Chinese philosophy and culture. Albany: State University of New York Press. ISBN 1417506849

Coles 2019 Guo Xiang and the Problem of Self-Cultivation in Daoist Naturalism

Chai, David Early Zhuangzi Commentaries

Ziporyn, Brook 2009 Zhuangzi the essential writings with selections from Traditional Commentaries

Specht, Annette 1998 Der Zhuangzi-Kommentar des Zhu Dezhi (fl. 16. Jh.) . Zur Rezeption des Zhuangzi in der Ming-Zeit

Nieuwe inzichten (onder constructie)

Hier komt samenvatting van het onderzoek van Esther Klein. Zij stelt vragen bij de aanname van Graham e.a. dat de Innerlijke geschriften tot de oudste, aan Zhuang Zhou toe te schrijven, tekstlagen behoort.

Noten

1. De plaats Meng lag in de kleine staat Song (hedendaags Henan en Shandong). Zie verder Schipper 2007 p17-22.
2. Bron: Nienhauser 1994, Ssu-ma Chien, The Grand Scrobe's Records, Volume VII p23-24 - memoire 3 [Shiji 63], vertaling Schipper 2007 p15-16)
3. Zie Graham 1989 Disputers of the Tao p173.
In zijn vertaling stelt hij in de inleiding het volgende:

(1) INNER CHAPTERS (chapters 1–7)
Each consists of discontinuous episodes grouped round a common theme which is summed up in a three-word chapter title. This series is homogeneous in thought and style and generally recognised as substantially the work of Chuang-tzŭ himself.

(2) OUTER CHAPTERS (chapters 8–22)
None can be plausibly ascribed to Chuang-tzŭ. These have two-word titles which are mere labels, taken from words in the first sentence. They comprise:
(a) Four complete essays (chapters 8–10 and the first part of chapter 11) by an author idiosyncratic in thought and style whom we call the ‘Primitivist’ and date about 205 BC.
(b) Three chapters related by their titles, ‘Heaven and earth’, ‘Way of Heaven’ and ‘Circuits of Heaven’ (chapters 12–14), each starting with an exposition of ideas which we class as ‘Syncretist’ and believe to be those of the editors of the book, probably in the second century BC. But from the Primitivist chapter 11 as far as chapter 14 only the introductory passages are homogeneous; each chapter has been filled out with all kinds of miscellaneous material. Thus the last item of chapter 11 is Syncretist, of chapter 12 Primitivist.
(c) Two complete essays (chapters 15 and 16), the first Syncretist, the next unrelated to anything elsewhere in the book.
(d) Six chapters (chapters 17–22) in which the editor seems to be trying to group materials of multiple authorship around the same themes as in the Inner chapters. For this, as for much else in the book, we have no better label than ‘School of Chuang-tzŭ’.

(3) MIXED CHAPTERS (chapters 23–33)
Like the Outer chapters these have two-word titles which (except in chapters 28–31) are taken from the opening sentence. They are:
(a) Five ‘ragbag’ chapters (chapters 23–27), quite heterogeneous, much so badly fragmented as to suggest that they have been assembled from broken or misplaced strips in other scrolls. Some of this material looks like Chuang-tzŭ’s own writing, and bits of it can be fitted with varying degrees of plausibility into mutilated parts of the Inner chapters.
(b) The block we call the ‘Yangist miscellany’ (chapters 28–31), distinguished by chapter titles summing up their content. Su Shih (AD 1036–1101) already saw that they are not the work of Chuang-tzŭ, and a modern scholar, Kuan Feng, has pointed out that they are not even Taoist, and that most (in my own opinion, all) come from another school, that of Yang Chu. They probably date from a little before and after 200 BC.
(c) The collection ends with another ragbag chapter (chapter 32) and another Syncretist essay (chapter 33) with a title related to those of chapters 12–14, ‘Below in the empire’ (T’ien-hsia, literally ‘Below Heaven’). The titles are from the opening sentences as in chapters 8–27. Why have these been separated off and put at the end of the book? Probably because chapter 32 ends with a story about the death of Chuang-tzŭ, while chapter 33 is a general description and evaluation of the pre-Han philosophers down to Chuang-tzŭ, suitable as a conclusion to the book.

(Graham Chuang-Tzu: The Inner Chapters, 2001 Part One hst 8 p27 (originele uitgave 1981)

4. "The first seven chapters, the “Inner Chapters,” are generally considered to be the work of Zhuangzi himself. The rest of the book contains texts that are consistent with and in many cases develop and elucidate the thought of the “Inner Chapters.” Some of these texts may well be by Zhuangzi himself. There are, however, also texts that do not agree with the “Inner Chapters.”

How one distinguishes between these two strands depends, at least to some extent, on one’s interpretation of Zhuangzi’s thought. The following reading of Zhuangzi is based mainly on the “Inner Chapters.” When I quote from the “Outer Chapters” and the “Mixed Chapters,” I introduce the quotation with “the Zhuangzi says” as opposed to “Zhuangzi says.” I do believe, however, that all the passages I use from the later chapters elucidate Zhuangzi’s thought from a position identical with or very close to his own. In these cases the Zhuangzi is the first and best commentary on Zhuangzi."
Eske Møllgaard (2007), An introduction to Daoist thought: Action, Language, and Ethics in Zhuangzi. Hst 1 Kindle Loc 388-411

5. Guo Xiang revised and finalized the 33 chapters of the Zhuangzi (7 Inner Chapters, 15 Outer Chapters, and 11 Miscellaneous Chapters) with almost 70,000 characters. In his preface to Zhuangzi, Cheng Xuanying 成玄英 writes: The Inner Chapters give insight into the principles, the Outer Chapters explain their realization, and the Miscellaneous Chapters illustrate the handling of matters. Although the Inner Chapters give insight to the principles, they also unveil the realization (of principles); although the Outer Chapters illustrate the realization (of principles), they are full of subtle wisdom. This is absolutely right! (...)
A certain number of writings referenced in the Outer Chapters preserve records of Zhuangzi himself along with several notes about his deeds and actions handed down by his disciples. The Outer Chapters all reflect the various ideas of the Zhuangzi school. The text’s interesting and charming composition is full of far-reaching implications. There are many examples in which the Outer Chapters expand on ideas and subjects introduced in the Inner Chapters. Chen Guoying (2016) The philosophy of live, p81

Literatuur

Boeken 1 tot 10 van de 20

CHAI, David (2006). Authorship, Editorship, And Commentatorship of the Zhuangzi: With an illustration of the Qiwulun chapter, 2006 (Engels)
Master scriptie *

ROTH, Harold D. (1993). Chuang tzu  IN: Loewe, Early Chinese Texts, 1993 p 56-66. (Engels) *

HOFFERT, Brian (2001). Chuang Tzu The Evolution of a Taoist Classic, 2001 (Engels) *

RAND, Christopher (1983). Chuang Tzu: Text and Substance  IN: Journal of Chinese Religions, 1983 Vol 11 p5-58. (Engels) *

LIU, Xiaogan (1994). Classifying the Zhuangzi Chapters, 1994 (Engels)
ISBN13: 978-0-89264-106-2ISBN: 9780892641062
herdruk 2003 ISBN 978-0892641642. Oorspronkelijke uitgave in Chinees 1987

KOHN, Livia (1996). Classifying the Zhuangzi Chapters by Liu Xiaogan and Williams E. savage  IN: T'Oung Pao, 1996 Vol. 46 No.3 pp.420-. (Engels) *

BUMBACHER, Stephan Peter (2018). Ge Hong's Zhuang zi  IN: Asiatische Studien - Études Asiatiques, 2018 Vol 72 nr 4 p 1021-1. (Engels) *

GRAHAM, Angus Charles (1980). How Much of Chuang Tzu Did Chuang Tzu Write?  IN: Roth, A Companion to Angus C. Graham's Zhuang Tzu, 1980 hst 2 p 58-103. (Engels)
oorspr verschenen in: Studies in Classical Chinese Thought, ed. Rosemont and Schwartz, 1980 *

KOHN, Livia (1982). Lost Chuang-tzu passages  IN: Journal of Chinese Religions, 1982 vol 10 p53-79. () *

DEFOORT, Carine (2016). Mental Fasting in the Study of Chinese Philosophy: Liu Xiaogan versus Esther Klein, 2016 (Engels) online
Online ISSN 2424-6158 Problemos *

Boeken 1 tot 10 van de 20



colofon | cookies | afkortingen en iconen