De boomverhalen: over het nut van het nutteloze

Work in progres.

Kvilleken.

De Zhuangzi kent vier verhaaltjes over bomen (en hun nut)
- De grote boom Chu (zie verder Zhuangzi en Huizi over nut en nutteloos)
- De timmerman en de heilige eik en
- Ziqi van de Zuiderwal die een grote boom ziet 'die werkelijk nergens toe dient'.
In deze verhalen kon de boom zijn 'natuurlijke levensduur' behouden omdat ze konden ontsnappen aan de bijl van de timmerman.
- In hoofdstuk 20 zien we eenzelfde verhaal terug als van Ziqi van de Zuiderwal. In een dialoog met zijn leerlingen stelt Zhuangzi dat hij wat betreft nut en nutteloos een middenpositie inneemt.

Verder komen er nog zo'n 22 passages voor waarin een boom een rol speelt. We vermelden ze hieronder in het kort.

A. Citaten uit de brontekst

Zhuangzi Hst 1-VII De grote boom Chu

foto Lapland of Zweden

Zhuangzi Hoofdstuk 1 paragraaf VII pag. 52-53

Hui Zi zei eens tot Zhuang Zi: ‘Neem nou eens die grote boom, die de mensen chu noemen. Zijn dikke stam zit vol knobbels en bulten. Er is geen rechte lijn op te trekken. Zijn takken zijn allemaal krom en gedraaid. Geen kompas of winkelhaak die je erop kunt gebruiken. Als hij langs de weg staat, is er geen timmerman die ernaar omkijkt. Krek die woorden van jou: wel groot, maar zonder enig nut. Iedereen keert ze de rug toe.’

Zhuang Zi antwoordde: ‘Heb je nooit een boskat of een wezel gezien? Ze sluipen laag bij de grond en liggen in een hinderlaag, loerend op kleine diertjes. Dan nemen ze een grote sprong van hier tot ginder, zonder op te letten hoe hoog ze springen, en zo raken ze in de val of vinden ze de dood in het vangnet. Of neem bijvoorbeeld de oeros. Hij is zo groot dat hij reikt tot aan de wolken die van de hemel hangen. Hij is wel bekwaam in het groot zijn, maar beslist niet in het vangen van ratten. En nu heb jij een grote boom, maar je beklaagt je dat hij geen nut heeft. Waarom plant je hem dan niet in het land van niemendal, in het veld van de wijde wildernis? Dan ga je er lekker naast zitten niets doen of er vrij en blij onder liggen slapen. Want:
Niet ten prooi zal hij vallen aan de bijl!
Geen ding zal hem ooit kwaad doen!
Wie nergens toe dient,
Wat kan die nog overkomen?’

Vertaling Kristofer Schipper 2007

----
Engelse vertaling Burton Watson:
Huizi said to Zhuangzi, "I have a big tree of the kind men call shu. Its trunk is too gnarled and bumpy to apply a measuring line to, its branches too bent and twisty to match up to a compass or square. You could stand it by the road and no carpenter would look at it twice. Your words, too, are big and useless, and so everyone alike spurns them!"

Zhuangzi said, "Maybe you've never seen a wildcat or a weasel. It crouches down and hides, watching for something to come along. It leaps and races east and west, not hesitating to go high or low-until it falls into the trap and dies in the net. Then again there's the yak, big as a cloud covering the sky. It certainly knows how to be big, though it doesn't know how to catch rats. Now You have this big tree and you're distressed because it's useless. Why don't you plant it in Not-Even-Anything Village, or the field of Broad-and-Boundless, relax and do nothing by its side, or lie down for a free and easy sleep under it? Axes will never shorten its life, nothing can ever harm it. If there's no use for it, how can it come to grief or pain?"

(omzetting Wade-Giles naar Pinyin door mijzelf)

Engelse vertaling Graham:
Said Hui Shih to Chuang-tzŭ
‘I have a great tree, people call it the tree-of-heaven. Its trunk is too knobbly and bumpy to measure with the inked line, its branches are too curly and crooked to fit compasses or L-square. Stand it up in the road and a carpenter wouldn’t give it a glance. Now this talk of yours is big but useless, dismissed by everyone alike.’

‘Haven’t you ever seen a wild cat or a weasel? It lurks crouching low in wait for strays, makes a pounce east or west as nimble uphill or down, and drops plumb into the snare and dies in the net. But the yak now, which is as big as a cloud hanging from the sky, this by being able to be so big is unable to catch as much as a mouse. Now if you have a great tree and think it’s a pity it’s so useless, why not plant it in the realm of Nothingwhatever, in the wilds which spread out into nowhere, and go roaming away to do nothing at its side, ramble around and fall asleep in its shade?
Spared by the axe
No thing will harm it.
If you’re no use at all,
Who’ll come to bother you?’.

Vertaling Ziporyn:
Huizi said to Zhuangzi, “I have a huge tree which people call the Stink Tree. The trunk is swollen and gnarled, impossible to align with any level or ruler. The branches are twisted and bent, impossible to align to any T-square or carpenter’s arc. Even if it were growing right in the road, a carpenter would not give it so much as a second glance. And your words are similarly big but useless, which is why they are rejected by everyone who hears them.”

Zhuangzi said, “Haven’t you ever seen a wildcat or weasel? It crouches low to await its prey, pounces now to the east and now to the west, leaping high and low. But this is exactly what lands it in a trap, and it ends up dying in the net. But take a yak: it is big like the clouds draped across the heavens. Now, that is something that is good at being big—but of course it cannot catch so much as a single mouse. You, on the other hand, have this big tree, and you worry that it’s useless. Why not plant it in our homeland of not-even-anything, the vast wilds of open nowhere? Then you could loaf and wander there, doing lots of nothing there at its side, and take yourself a nap, far-flung and unfettered, there beneath it. It will never be cut down by ax or saw. Nothing will harm it. Since it has nothing for which it can be used, what could entrap or afflict it?”

| Chinees |

Chinese tekst

惠子謂莊子曰:「吾有大樹,人謂之樗。其大本擁腫而不中繩墨,其小枝卷曲而不中規矩,立之塗,匠者不顧。今子之言,大而 無用 ,眾所同去也。」

莊子曰:「子獨不見狸狌乎?卑身而伏,以候敖者;東西跳梁,不避高下;中於機辟,死於罔罟。今夫斄牛,其大若垂天之雲。此能為大矣,而不能執鼠。今子有大樹,患其 無用 ,何不樹之於無何有之鄉,廣莫之野,彷徨乎 無為 其側, 逍遙 乎寢臥其下?不夭斤斧,物無害者, 無所可用 ,安所困苦哉!」

Huìzi wèi zhuāng zǐ yuē:`Wú yǒu dàshù, rén wèi zhī chū. Qí dà běn yōng zhǒng ér bù zhòng shéngmò, qí xiǎozhī juǎnqū ér bù zhòng guījǔ, lì zhī tú, jiàng zhě bùgù. Jīn zǐ zhī yán, dà ér wúyòng , zhòng suǒ tóng qù yě.'

Zhuāng zǐ yuē:`Zi dú bùjiàn lí shēng hū? Bēi shēn ér fú, yǐ hòu áo zhě; dōngxī tiàoliáng, bù bì gāo xià; zhōng yú jī pì, sǐ yú wǎng gǔ. Jīn fū lí niú, qí dà ruò chuí tiān zhī yún. Cǐ néng wéi dà yǐ, ér bùnéng zhí shǔ. Jīn zi yǒu dàshù, huàn qí wúyòng , hébù shù zhī yú wú hé yǒu zhī xiāng, guǎng mò zhī yě, fǎnghuáng hū wúwéi qí cè, xiāoyáo hū qǐn wò qí xià? Bù yāo jīn fǔ, wù wúhài zhě, wú suǒ kěyòng , ān suǒ kùnkǔ zāi!'

無所可用 wu suo keyong: nergens toe dienen - good for nothing
無為 wuyong - nutteloos
逍遙 xiaoyao - vrij en blij (eerste twee karakters van de titel van hoofdstuk 1)

Zhuangzi Hst 4-IV De timmerman en de heilige eik

foto Lapland of Zweden

Zhuangzi Hoofdstuk 4 paragraaf IV pag. 88-90

Timmerman Shi ging naar Qi. Bij Quyu gekomen zag hij een eik als heilige boom van het altaar van de Aarde. Hij was zo groot dat duizenden runderen eronder konden schuilen. Zijn omvang was wel honderd el. Hij was zo hoog als een berg. Pas op tien vadem hoogte kwamen de eerste takken. Er waren meer dan tien zijtakken, die zo dik waren dat men er boten van kon maken.

Het stond er zo vol met kijkers dat het was alsof er markt gehouden werd. Maar de timmerman keek niet op of om, en vervolgde zijn weg zonder te stoppen. Zijn leerling echter stond stil en, nadat hij zich er vol aan had gekeken, holde hij de meester achterna, en zei: ‘Meester: sinds ik bijl en beitel heb opgenomen om u te volgen, heb ik nog nooit zulk prachtig materiaal gezien. Maar u keurt het geen blik waardig en loopt door zonder ook maar één keer te stoppen. Waarom is dat?’

‘Hou op! Praat me er niet van! Dat is overtollig hout. Maak er een boot van en hij zinkt. Een doodskist? Hij verrot meteen. Een gebruiksvoorwerp? Het gaat dadelijk kapot. Een deur? Die blijft nat van de hars. Een steunpilaar? Daar komen insecten in. Dit is hout dat nergens toe dient, dat nergens voor kan worden aangewend, en om die reden heeft die boom zo oud kunnen worden.’

Toen de meestertimmerman thuis was gekomen, verscheen de heilige eikenboom aan hem in een droom, en sprak: ‘Waar dacht je mij wel mee te vergelijken? Wilde je zeggen dat ik “overtollig hout” was? Appelen, peren, mandarijnen, pomelo’s en de vruchten van andere bomen: ze worden afgerukt zodra ze rijp zijn. Daardoor worden die bomen gekwetst, hun grote takken afgebroken en hun twijgjes vernield. Dat is je hele leven narigheid ondervinden vanwege je bekwaamheden. Om die reden kan ook geen van hen zijn door de hemel bestemde levensloop volbrengen, maar sterven ze allemaal voortijdig wanneer ze pas op de helft zijn. Ze zijn het zelf die zich deze algemeen gangbare geweldplegingen op de hals halen, en met andere wezens is het ook zo gesteld. Daarom ben ik al lang geleden gaan proberen om volstrekt nutteloos te worden. Vaak kwam ik er dichtbij, en nu heb ik het bereikt. Dat is voor mij van het grootste nut. Als ik ooit enige nuttigheid gehad zou hebben, zou ik dan zo groot hebben kunnen worden? Laten we daarbij ook nog bedenken dat we allebei maar schepsels zijn. Hoe kunnen schepsels elkaar beoordelen? Hoe kan een overtollig mens zoals jij, die bovendien weldra gaat sterven, weten wat een overtollige boom is?’
De meestertimmerman werd wakker en vertelde over zijn droom. Zijn leerling zei: ‘Als het zijn doel is om nutteloos te zijn, hoe komt het dan dat hij een aardgod geworden is?’

‘Stil! Hou je mond! Dat is ook maar een soort toevlucht van hem, omdat anders zij die hem niet begrijpen kwaad van hem zouden spreken. Als hij geen aardgod was, zou hij misschien toch niet aan de bijl ontkomen! En laten we bedenken dat de manier waarop hij zichzelf beschermt anders is dan die algemeen gangbaar is. Hem met gewone normen beoordelen, sla je dan de plank niet al te ver mis?’

Vertaling Kristofer Schipper 2007

| Chinees |

Chinese tekst

匠石之齊,至乎曲轅,見櫟社樹。其大蔽數千牛,絜之百圍,其高臨山十仞而後有枝,其可以為舟者旁十數。

觀者如市,匠伯不顧,遂行不輟。弟子厭觀之,走及匠石,曰:「自吾執斧斤以隨夫子,未嘗見材如此其美也。先生不肯視,行不輟,何邪?」

曰:「已矣,勿言之矣!散木也,以為舟則沈,以為棺槨則速腐,以為器則速毀,以為門戶則液樠,以為柱則蠹。是不材之木也, 無所可用 ,故能若是之壽。」

匠石歸,櫟社見夢曰:「女將惡乎比予哉?若將比予於文木邪?夫柤、梨、橘、柚、果、蓏之屬,實熟則剝,剝則辱,大枝折,小枝泄。此以其能苦其生者也,故不終其天年而中道夭,自掊擊於世俗者也。物莫不若是。且予求 無所可用 久矣,幾死,乃今得之,為予大用。使予也而有用,且得有此大也邪?且也,若與予也皆物也,奈何哉其相物也?而幾死之散人,又惡知散木!」匠石覺而診其夢。弟子曰:「趣取 無用 ,則為社何邪?」

曰:「密!若無言!彼亦直寄焉,以為不知己者詬厲也。不為社者,且幾有翦乎!且也,彼其所保,與眾異,以義譽之,不亦遠乎!」

Jiàng shí zhī qí, zhì hū qū yuán, jiàn lì shè shù. Qí dà bì shù qiān niú, jié zhī bǎi wéi, qí gāolínshān shí rèn érhòu yǒu zhī, qí kěyǐwéi zhōu zhě páng shí shù.

Guān zhě rú shì, jiàng bó bùgù, suìxíng bù chuò. Dìzǐ yàn guān zhī, zǒu jí jiàng shí, yuē:`Zì wú zhí fǔ jīn yǐ suí fūzǐ, wèicháng jiàn cái rúcǐ qí měi yě. Xiānshēng bù kěn shì, xíng bù chuò, hé xié?'

Yuē:`Yǐ yǐ, wù yán zhī yǐ! Sàn mù yě, yǐwéi zhōu zé chén, yǐwéi guānguǒ zé sù fǔ, yǐwéi qì zé sù huǐ, yǐwéi ménhù zé yè mán, yǐwéi zhù zé dù. Shì bù cái zhī mù yě, wú suǒ kěyòng , gù néng ruòshì zhī shòu.'

Jiàng shí guī, lì shè jiàn mèng yuē:`Nǚ jiāng è hū bǐ yǔ zāi? Ruò jiāng bǐ yǔ yú wén mù xié? Fū zhā, lí, jú, yòu, guǒ, luǒ zhī shǔ, shí shú zé bō, bō zé rǔ, dà zhīzhé, xiǎozhī xiè. Cǐ yǐ qí néng kǔ qí shēng zhě yě, gù bù zhōng qí tiān nián ér zhōng dào yāo, zì póu jī yú shìsú zhě yě. Wù mòbù ruòshì. Qiě yú qiú wú suǒ kěyòng jiǔ yǐ, jǐ sǐ, nǎi jīn dé zhī, wèi yǔ dà yòng. Shǐ yǔ yě ér yǒuyòng, qiě dé yǒu cǐ dà yě xié? Qiě yě, ruò yǔ yǔ yě jiē wù yě, nàihé zāi qí xiāng wù yě? Ér jǐ sǐ zhī sànrén, yòu è zhī sàn mù!' Jiàng shí jué ér zhěn qí mèng. Dìzǐ yuē:`Qù qǔ wúyòng , zé wèi shè hé xié?'

Yuē:`Mì! Ruò wúyán! Bǐ yì zhí jì yān, yǐ wéi bù zhījǐ zhě gòu lì yě. Bù wéi shè zhě, qiě jǐ yǒu jiǎn hū! Qiě yě, bǐ qí suǒ bǎo, yǔ zhòng yì, yǐ yì yù zhī, bù yì yuǎn hū!'

Zhuangzi Hst 4-V Ziqi van de Zuiderwal zag een grote boom

foto Lapland of Zweden

Zhuangzi Hoofdstuk 4 paragraaf V pag. 90-91

Ziqi van de Zuiderwal wandelde eens over de Heuvel van Shang, en zag daar een grote boom. Duizend vierspannen konden schuilen in zijn schaduw. ‘Wat is dat voor een boom? Die moet welzeker over bijzondere eigenschappen beschikken,’ zei Ziqi. Hij keek omhoog en zag de takken: ze waren allemaal krom en ongeschikt om er balken of planken van te maken. Daarna keek hij omlaag naar de grote stam en zag dat die zo vol spleten zat dat je er onmogelijk doodskisten uit kon maken. Als je aan de bladeren likte, deed je je pijn en ging je mond zweren; als je de lucht van de boom opsnoof, werd je er zo door bedwelmd dat het na drie dagen nog niet over was. ‘Dit is werkelijk een boom die nergens toe dient,’ zei Ziqi. ‘Geen wonder dat hij zo groot heeft kunnen worden. Ach, de goddelijke mens! Door een dergelijk gebrek aan nuttige eigenschappen is hij geworden wat hij is!’

In Song, in de streek van Jing, is de grond geschikt voor trompetbomen, cipressen en moerbeibomen. Als ze dikker dan een handbreedte zijn, worden ze gezocht door hen die een paal zoeken om hun aap aan vast te maken, en dus omgehakt; als ze drie of vier el in doorsnede zijn, dan worden ze geveld door hen die een nokbalk voor een statige woning zoeken; als ze zeven of acht el in doorsnede zijn, worden ze gezocht door adellijke families of die van rijke kooplieden, als zijplanken voor doodskisten. Geen van deze bomen zal daarom tot zijn door de hemel bestemde jaren blijven leven, maar vroegtijdig, in het midden van zijn levensloop, door de bijl aan zijn eind komen. Dat is de ellende die hun goede eigenschappen hun berokkenen. (...)

Vertaling Kristofer Schipper 2007

Zhuangzi Hst 4-VIII Gedicht over nut van het nutteloze

foto Lapland of Zweden

Zhuangzi Hoofdstuk 4 paragraaf VIII pag. 93

De bomen op de bergen, ze benadelen zichzelf.
Het vet in de toorts, het verbrandt zichzelf;
Kaneel kan gegeten worden, daarom wordt het afgehakt.
Lak kan verwerkt worden, daarom wordt het afgetapt.
Alle mensen kennen het nut van het nuttige:
Niemand begrijpt het nut van het nutteloze.

Vertaling Kristofer Schipper 2007

| Chinees |

Chinese tekst

山木自寇也,膏火自煎也。桂可食,故伐之;漆可用,故割之。人皆知有用之用,而莫知 無用 之用也。

Shānmù zì kòu yě, gāo huǒ zì jiān yě. Guì kě shí, gù fá zhī; qī kěyòng , gù gē zhī. Rén jiē zhī yǒuyòng zhī yòng, ér mò zhī wúyòng zhī yòng yě.

用 yong: nut
無用 wuyong: nutteloos

Zhuangzi Hst 20-I Zhuangzi liep in de bergen en zag een grote boom

foto Lapland of Zweden

Zhuangzi Hoofdstuk 20 paragraaf I pag. 255-256

Zhuang Zi liep eens in de bergen en zag daar een grote boom met veel takken en weelderig loof. Een houthakker zat naast de boom, maar maakte geen aanstalten deze om te hakken. Toen hem gevraagd werd wat de reden was, zei hij: ‘Dit hout is onbruikbaar!’ Zhuang Zi zei: ‘Deze boom kan dus dankzij het feit dat hij onbruikbaar is zijn natuurlijke levensduur behouden!’

Toen hij uit de bergen was afgedaald, ging Zhuang Zi bij een oude vriend thuis overnachten. Deze was erg blij hem te zien, en droeg zijn zoon op een gans te slachten en te bereiden. De zoon vroeg: ‘Welke zullen we slachten? De ene die kan snateren? Of de andere die niet kan snateren?’
‘Slacht de gans maar die niet kan snateren!’ antwoordde de gastheer.

De volgende morgen vroeg een van de discipelen aan Zhuang Zi: ‘Gisteren in de bergen was er die boom die vanwege zijn onbruikbaarheid zijn natuurlijke levensduur kon behouden, maar nu is de gans van onze gastheer juist geslacht omdat het hem aan gaven ontbrak. Meester, wat is uw positie in deze kwestie?’
Zhuang Zi lachte, en zei: ‘Als ik mijn positie zou moeten bepalen, dan zou die ergens in het midden, tussen bruikbaar en onbruikbaar in, moeten zijn. Maar zo’n middenpositie lijkt beter dan ze is, want op die manier ontkom je niet aan beslommeringen. Maar ik zeg jullie: als je de kracht van de Tao berijdt en zo gaat rondzwerven — dan is het anders (...)

Vertaling Kristofer Schipper 2007

Overige boomfragmenten

foto Lapland of Zweden

Hieronder volgt een overzicht met de vindplaatsen van het woord boom (of bomen) uit de vertaling van Kristofer Schipper

pag 52, 53 hst 1-VII: zie notitie nutteloos

pag 55 hst 2.1:
Over de kimmen en toppen van bergen en heuvels, door de gaten en holtes van reusachtige bomen - die zijn net als neuzen, monden en oren, als klokken, bekers en vijzels, als kuilen en scheuren (over het blazen van de wind),

pag 66 hst 2-V: En als ze [mensen] in bomen zitten, beven ze van angst

pag 88, 89, 90 hst 4-IV: zie boomverhaal

pag 90, 91 hst 4-V: zie boomverhaal

pag 93 hst 4-VIII: De bomen op de bergen ze benadelen zichzelf.

pag 105 hst V-Vi: Je [huizi] declameert al leunend op een boom

pag 142 hst 9: Wilde dieren vormden kuddes, planten en bomen tierden welig

pag 161 hst 11-IV: De Wolkenaanvoerder reisde eens naar het oosten en passeerde daar de takken van de Fuyao-boom.

pag 163 hst 11-IV Bomen en planten worden vernield;

pag 181 hst 12-XIII De leiders zijn als de takken van een grote boom het volk de herten in de wei daaronder.

pag 183 hst 12-XV Een honderdjarige boom wordt geveld om een offerbeker te maken.

pag 190 hst 13-IV
Wil je dat de wereld zijn herder niet verliest, bedenk dan dat hemel en aarde hun eigen bestendigheid hebben, de zon en de maan hun eigen licht doen schijnen, de sterrenbeelden hun eigen ordening hebben, de wilde dieren hun eigen kuddes, de bomen hun eigen standplaatsen.

pag 202 hst 14-IV
Nu heeft je meester ook al die strohonden die vroegere koningen op hun altaren hadden geplaatst verzameld, en samen met zijn discipelen reist hij rond en slaapt hij ernaast. Daarom werd de boom in Song boven hem omgehakt, werden zijn sporen in Wei uitgewist en raakte hij benard in Shang zowel als in Zhou.

pag 253 hst 19-X
...mijn gehele kunnen is geconcentreerd en alle stoornissen van buiten verdwijnen. Daarna ga ik naar het bos en kijk naar de door de hemel gegeven aard van de bomen. Als ik er een vind die wat betreft vorm perfect is, dan kijk ik er net zo lang naar totdat ik het voltooide hangraam al zie, en dan pas begin ik er de hand aan te slaan. Als dat allemaal niet lukt, dan houd ik ermee op. Op die manier sluit de hemelse aard [van de boom] aan bij mijn eigen hemelse aard. (uit verhaal over meesterschap)

pag 255, hst 20-I boomverhaal

pag 260, hst 20-IV De rechte boom wordt als eerste omgehakt; de zoete bron is als eerste uitgeput. 262,

pag 264 hst 20-VII
Toen Confucius tussen Chen en Cai in de penarie zat en hij zeven dagen lang geen warm eten had gehad, stond hij met zijn linker-hand tegen een dode boom geleund, en in zijn rechterhand hield hij een dorre tak waarmee hij tegen de boom sloeg, terwijl hij de ‘Ode van de heer van Yan’ zong.

321 hst 24-VIII
De koning van Wu, die een tocht langs de Yangzi-rivier maakte, beklom bij die gelegenheid een berg vol met apen. Zodra de horde apen hem zag, vluchtten ze verschrikt weg en verscholen zich diep in het struikgewas. Maar er was een aap die vrolijk in zijn boom bleef klimmen en zich aan zijn lijf krabde, om aan de koning te laten zien hoe behendig hij wel was

pag 342 hst 25-X
En houd je vast aan je eigen gezichtspunt, dan zien sommige dingen er correct uit en andere onjuist. Vergelijk dat eens met de wildernis, die alle soorten bomen en planten laat leven, en kijk eens naar de grote bergen, hoe daar zowel hout als steen de heilige plaats gestalte geeft.

pag 346 hst 26-I Dan komt er donder en bliksem, vuur in het water dat de grootste bomen kan verbranden.

pag 373 hst 28-XII
Toen Yan Hui buiten was om groenten te plukken, spraken Zilu en Zigong hem aan, en zeiden: ‘Reeds tweemaal is onze meester [Confucius] uit Lu verjaagd, in Wei hebben ze zijn sporen uitgewist, in Song hebben ze een boom over zijn hoofd omgehakt, in Zhou en in Shang heeft hij gebrek geleden, en nu in Chen en Cai wordt hij omsingeld.

pag 381 hst 29-I
Om aan de dieren te ontkomen maakte de bevolking nestwoningen in de bomen. Overdag vergaarden ze noten en kastanjes, en bij zonsondergang klommen ze in de bomen. Daarom werden ze “het volk van de nestbouwers” genoemd,

pag 383 hst 29-I
Bao de houthakker oefende door zijn voorbeeldig gedrag kritiek uit op zijn tijdgenoten. Hij sloeg zijn armen om een boom [en bleef zo staan] totdat hij doodging

pag 384 hst 29-I
Maar later keerde graaf Wen hem de rug toe, en Jiezi Tui liep boos weg. Hij sloeg zijn armen om een boom en liet zich verbranden.

pag 402 hst 31
‘Tot tweemaal toe ben ik [Confucius] uit Lu verbannen, in Wei zijn mijn voetsporen uitgewist, in Song hebben ze een boom boven mijn hoofd omgehakt, tussen Chen en Cai ben ik omsingeld.

B. Notitie

foto Lapland of Zweden

Work in progress.
-

Hier komt een essay over de boomverhalen

Opmerkingen bij de literatuurlijst

Vertaling:
SCHIPPER, Kristofer (2007). Zhuang Zi. De volledige geschriften: Het grote klassieke boek van het taoïsme
Augustus ISBN13: 978-90-457-0085-4 (Nederlands)

Artikelen:
BRAKEL, Jaap van (2015). Heidegger om Zhuangzi and Uselessness: Illustrating preconditions of comparative philosophy (Engels)

GALVANY, Albert (2009). Discussing usefulness: Trees as Metaphor in the Zhuangzi IN: Monumenta Serica Vol. 57 pp. 71-97. (Engels)

GRANGE, Joseph (2005). Zhuang's tree IN: Journal of Chinese Philosophy Vol 32 Nr 2 p 171-18. (Engels)

MAJOR, John S. (1975). The efficacy of uselessness IN: Philosophy East and West Vol 25 Iss 3 p265-27. (Engels)

SVARVERUD, Rune (2006). The usefulness of uselessness: The realm of useless trees according to Zhuangzi IN: Anderl, Studies in Chinese Language and Culture (Engels)

Literatuur

Boeken 1 tot 4 van de 4

GALVANY, Albert (2009). Discussing usefulness: Trees as Metaphor in the Zhuangzi  IN: Monumenta Serica, 2009 Vol. 57 pp. 71-97. (Engels) *

MAJOR, John S. (1975). The efficacy of uselessness  IN: Philosophy East and West, 1975 Vol 25 Iss 3 p265-27. (Engels) *

KWEK, Dorothy (2018). The Importance of Being Useless: A Cross-Cultural Contribution to the New Materialisms from Zhuangzi, 2018 (Engels)
IN: Theory, Culture & Society 2018, Vol. 35(7–8) p 21–48 *

SVARVERUD, Rune (2006). The usefulness of uselessness: The realm of useless trees according to Zhuangzi  IN: Anderl, Studies in Chinese Language and Culture, 2006 (Engels) *

Boeken 1 tot 4 van de 4


colofon | cookies | afkortingen en iconen