Korte toelichting per hoofdstuk

De beschrijvingen van de hoofdstukken zijn nog in ontwikkeling (work in progres). U kunt hiernaast een van de beschikbare hoofdstukken selecteren. De korte inhouden indeling in secties is gebaseerd op de Nederlandse vertaling van Kristofer Schipper.

U kunt ook alle paragrafen in één keer bekijken.

Hoofdstuk 22. 知北遊 Zhi Bei You - Kennis reisde naar het noorden

Thema van dit hoofdstuk

foto Lapland of Zweden

Tekstlaag: (latere) leerlingen Zhuang Zhou (Graham)

Vertalingen van de titel

foto Lapland of Zweden

NL - Kennis reisde naar het noorden (S)
EN - Knowledge Wandered North (W)
FR - Intelligence voyage au Nord ou La quête philosophique (L) - Sagesse s’en va-t-au nord (B)

Korte typering inhoud paragrafen

foto Lapland of Zweden

Het hoofdstuk kent 11 paragrafen.

paragraaf I 280-282

De Gele Keizer en kennis. Wie weet spreekt niet; wie spreekt weet niet. Daarom betracht de heilige mens een leer zonder woorden.

paragraaf II 282-283

Hemel en aarde bezitten hun grote schoonheid, maar ze praten daar niet over.

paragraaf III 283-284

Tandeloos ondervraagt Kazuifel over de Tao. ook over meditatie: als uitgedroogd hout, zijn lichaam! Als uitgedoofde as zijn hart.

paragraaf IV 284-285

Shun en zijn minister met de vraag of het mogelijk is de Tao te verkijgen en te behouden.

paragraaf V 285-288

Confucius ondervraagt Oude Langoor over de Tao. 'Ga dan vasten om je hart te zuiveren, je geestelijke essentie te louteren en je kennis te verwijderen.
Het leven van de mens tussen hemel en aarde is als een lichtstraal die door een opening in de muur valt: een ogenblik en het is voorbij.

paragraaf VI 288-289

Ziqi van de Zuiderwal odervraagt Zhuangzi over de Tao. Tao is overal, zelfs in uitwerpselen.

paragraaf VII 289-290

Ahegan en Shennong in de leer bij de oude draak. Over meditatie.

paragraaf VIII 290-291

Hoogste Zuiverheid en Eindeloos praten over de Tao.

paragraaf IX 292

Helder Licht vraagt aan Niemendal of hij wel bestaat.

paragraaf X 292

[skill storie] De smid die voor de grootmaarschalk agrafen maakte, had op eenentachtigjarige leeftijd nog niets van zijn vaardigheid verloren.

paragraaf XI 293-294

Confucius over heden en verleden

Paragraaf I p280-282
Paragraaf II p282-283
Paragraaf III p283-284
Paragraaf IV p284-285
Paragraaf V p285-288
Paragraaf VI p288-289
Paragraaf VII p289-290
Paragraaf VIII p290-291
Paragraaf IX p292
Paragraaf X p292
Paragraaf XI p293-294


colofon | cookies | afkortingen en iconen