Work in progres.

Kvilleken.

De Zhuangzi kent twee verhalen over bomen en hun nut (hst vier de paragrafen IV en V).
- De timmerman en de heilige eik en
- Ziqi van de Zuiderwal die een grote boom ziet 'die werkelijk nergens toe dient'.
In beide verhalen kon de boom zijn 'natuurlijke levensduur' behouden omdat ze konden ontsnappen aan de bijl van de timmerman.
- In hoofdstuk 20 zien we eenzelfde verhaal terug als van Ziqi van de Zuiderwal. In een dialoog met zijn leerlingen stelt Zhuangzi dat hij wat betreft nut en nutteloos een middenpositie inneemt.

Daarnaast zijn er nog enkele andere verhalen waarin de nutteloze boom een plaats heeft: zie notities Zhuangzi en Huizi over nut en nutteloos

Citaten uit de bronteksten

Hst 4 IV De timmerman en de heilige eik

foto Lapland of Zweden

Hoofdstuk 4 paragraaf IV pag. 88-90

Timmerman Shi ging naar Qi. Bij Quyu gekomen zag hij een eik als heilige boom van het altaar van de Aarde. Hij was zo groot dat duizenden runderen eronder konden schuilen. Zijn omvang was wel honderd el. Hij was zo hoog als een berg. Pas op tien vadem hoogte kwamen de eerste takken. Er waren meer dan tien zijtakken, die zo dik waren dat men er boten van kon maken.

Het stond er zo vol met kijkers dat het was alsof er markt gehouden werd. Maar de timmerman keek niet op of om, en vervolgde zijn weg zonder te stoppen. Zijn leerling echter stond stil en, nadat hij zich er vol aan had gekeken, holde hij de meester achterna, en zei: ‘Meester: sinds ik bijl en beitel heb opgenomen om u te volgen, heb ik nog nooit zulk prachtig materiaal gezien. Maar u keurt het geen blik waardig en loopt door zonder ook maar één keer te stoppen. Waarom is dat?’

‘Hou op! Praat me er niet van! Dat is overtollig hout. Maak er een boot van en hij zinkt. Een doodskist? Hij verrot meteen. Een gebruiksvoorwerp? Het gaat dadelijk kapot. Een deur? Die blijft nat van de hars. Een steunpilaar? Daar komen insecten in. Dit is hout dat nergens toe dient, dat nergens voor kan worden aangewend, en om die reden heeft die boom zo oud kunnen worden.’

Toen de meestertimmerman thuis was gekomen, verscheen de heilige eikenboom aan hem in een droom, en sprak: ‘Waar dacht je mij wel mee te vergelijken? Wilde je zeggen dat ik “overtollig hout” was? Appelen, peren, mandarijnen, pomelo’s en de vruchten van andere bomen: ze worden afgerukt zodra ze rijp zijn. Daardoor worden die bomen gekwetst, hun grote takken afgebroken en hun twijgjes vernield. Dat is je hele leven narigheid ondervinden vanwege je bekwaamheden. Om die reden kan ook geen van hen zijn door de hemel bestemde levensloop volbrengen, maar sterven ze allemaal voortijdig wanneer ze pas op de helft zijn. Ze zijn het zelf die zich deze algemeen gangbare geweldplegingen op de hals halen, en met andere wezens is het ook zo gesteld. Daarom ben ik al lang geleden gaan proberen om volstrekt nutteloos te worden. Vaak kwam ik er dichtbij, en nu heb ik het bereikt. Dat is voor mij van het grootste nut. Als ik ooit enige nuttigheid gehad zou hebben, zou ik dan zo groot hebben kunnen worden? Laten we daarbij ook nog bedenken dat we allebei maar schepsels zijn. Hoe kunnen schepsels elkaar beoordelen? Hoe kan een overtollig mens zoals jij, die bovendien weldra gaat sterven, weten wat een overtollige boom is?’
De meestertimmerman werd wakker en vertelde over zijn droom. Zijn leerling zei: ‘Als het zijn doel is om nutteloos te zijn, hoe komt het dan dat hij een aardgod geworden is?’

‘Stil! Hou je mond! Dat is ook maar een soort toevlucht van hem, omdat anders zij die hem niet begrijpen kwaad van hem zouden spreken. Als hij geen aardgod was, zou hij misschien toch niet aan de bijl ontkomen! En laten we bedenken dat de manier waarop hij zichzelf beschermt anders is dan die algemeen gangbaar is. Hem met gewone normen beoordelen, sla je dan de plank niet al te ver mis?’

Vertaling Kristofer Schipper 2007

Chinees

Chinese tekst

匠石之齊,至乎曲轅,見櫟社樹。其大蔽數千牛,絜之百圍,其高臨山十仞而後有枝,其可以為舟者旁十數。

觀者如市,匠伯不顧,遂行不輟。弟子厭觀之,走及匠石,曰:「自吾執斧斤以隨夫子,未嘗見材如此其美也。先生不肯視,行不輟,何邪?」

曰:「已矣,勿言之矣!散木也,以為舟則沈,以為棺槨則速腐,以為器則速毀,以為門戶則液樠,以為柱則蠹。是不材之木也, 無所可用 ,故能若是之壽。」

匠石歸,櫟社見夢曰:「女將惡乎比予哉?若將比予於文木邪?夫柤、梨、橘、柚、果、蓏之屬,實熟則剝,剝則辱,大枝折,小枝泄。此以其能苦其生者也,故不終其天年而中道夭,自掊擊於世俗者也。物莫不若是。且予求 無所可用 久矣,幾死,乃今得之,為予大用。使予也而有用,且得有此大也邪?且也,若與予也皆物也,奈何哉其相物也?而幾死之散人,又惡知散木!」匠石覺而診其夢。弟子曰:「趣取 無用 ,則為社何邪?」

曰:「密!若無言!彼亦直寄焉,以為不知己者詬厲也。不為社者,且幾有翦乎!且也,彼其所保,與眾異,以義譽之,不亦遠乎!」

Jiàng shí zhī qí, zhì hū qū yuán, jiàn lì shè shù. Qí dà bì shù qiān niú, jié zhī bǎi wéi, qí gāolínshān shí rèn érhòu yǒu zhī, qí kěyǐwéi zhōu zhě páng shí shù.

Guān zhě rú shì, jiàng bó bùgù, suìxíng bù chuò. Dìzǐ yàn guān zhī, zǒu jí jiàng shí, yuē:`Zì wú zhí fǔ jīn yǐ suí fūzǐ, wèicháng jiàn cái rúcǐ qí měi yě. Xiānshēng bù kěn shì, xíng bù chuò, hé xié?'

Yuē:`Yǐ yǐ, wù yán zhī yǐ! Sàn mù yě, yǐwéi zhōu zé chén, yǐwéi guānguǒ zé sù fǔ, yǐwéi qì zé sù huǐ, yǐwéi ménhù zé yè mán, yǐwéi zhù zé dù. Shì bù cái zhī mù yě, wú suǒ kěyòng , gù néng ruòshì zhī shòu.'

Jiàng shí guī, lì shè jiàn mèng yuē:`Nǚ jiāng è hū bǐ yǔ zāi? Ruò jiāng bǐ yǔ yú wén mù xié? Fū zhā, lí, jú, yòu, guǒ, luǒ zhī shǔ, shí shú zé bō, bō zé rǔ, dà zhīzhé, xiǎozhī xiè. Cǐ yǐ qí néng kǔ qí shēng zhě yě, gù bù zhōng qí tiān nián ér zhōng dào yāo, zì póu jī yú shìsú zhě yě. Wù mòbù ruòshì. Qiě yú qiú wú suǒ kěyòng jiǔ yǐ, jǐ sǐ, nǎi jīn dé zhī, wèi yǔ dà yòng. Shǐ yǔ yě ér yǒuyòng, qiě dé yǒu cǐ dà yě xié? Qiě yě, ruò yǔ yǔ yě jiē wù yě, nàihé zāi qí xiāng wù yě? Ér jǐ sǐ zhī sànrén, yòu è zhī sàn mù!' Jiàng shí jué ér zhěn qí mèng. Dìzǐ yuē:`Qù qǔ wúyòng , zé wèi shè hé xié?'

Yuē:`Mì! Ruò wúyán! Bǐ yì zhí jì yān, yǐ wéi bù zhījǐ zhě gòu lì yě. Bù wéi shè zhě, qiě jǐ yǒu jiǎn hū! Qiě yě, bǐ qí suǒ bǎo, yǔ zhòng yì, yǐ yì yù zhī, bù yì yuǎn hū!'

Hst 4 V Ziqi van de Zuiderwal zag een grote boom

foto Lapland of Zweden

Hoofdstuk 4 paragraaf V pag. 90-91

Ziqi van de Zuiderwal wandelde eens over de Heuvel van Shang, en zag daar een grote boom. Duizend vierspannen konden schuilen in zijn schaduw. ‘Wat is dat voor een boom? Die moet welzeker over bijzondere eigenschappen beschikken,’ zei Ziqi. Hij keek omhoog en zag de takken: ze waren allemaal krom en ongeschikt om er balken of planken van te maken. Daarna keek hij omlaag naar de grote stam en zag dat die zo vol spleten zat dat je er onmogelijk doodskisten uit kon maken. Als je aan de bladeren likte, deed je je pijn en ging je mond zweren; als je de lucht van de boom opsnoof, werd je er zo door bedwelmd dat het na drie dagen nog niet over was. ‘Dit is werkelijk een boom die nergens toe dient,’ zei Ziqi. ‘Geen wonder dat hij zo groot heeft kunnen worden. Ach, de goddelijke mens! Door een dergelijk gebrek aan nuttige eigenschappen is hij geworden wat hij is!’

In Song, in de streek van Jing, is de grond geschikt voor trompetbomen, cipressen en moerbeibomen. Als ze dikker dan een handbreedte zijn, worden ze gezocht door hen die een paal zoeken om hun aap aan vast te maken, en dus omgehakt; als ze drie of vier el in doorsnede zijn, dan worden ze geveld door hen die een nokbalk voor een statige woning zoeken; als ze zeven of acht el in doorsnede zijn, worden ze gezocht door adellijke families of die van rijke kooplieden, als zijplanken voor doodskisten. Geen van deze bomen zal daarom tot zijn door de hemel bestemde jaren blijven leven, maar vroegtijdig, in het midden van zijn levensloop, door de bijl aan zijn eind komen. Dat is de ellende die hun goede eigenschappen hun berokkenen. (...)

Vertaling Kristofer Schipper 2007

Chinese tekst

Hst 20 I Zhuangzi liep in de bergen en zag een grote boom

foto Lapland of Zweden

Hoofdstuk 20 paragraaf I pag. 255-256

Zhuang Zi liep eens in de bergen en zag daar een grote boom met veel takken en weelderig loof. Een houthakker zat naast de boom, maar maakte geen aanstalten deze om te hakken. Toen hem gevraagd werd wat de reden was, zei hij: ‘Dit hout is onbruikbaar!’ Zhuang Zi zei: ‘Deze boom kan dus dankzij het feit dat hij onbruikbaar is zijn natuurlijke levensduur behouden!’

Toen hij uit de bergen was afgedaald, ging Zhuang Zi bij een oude vriend thuis overnachten. Deze was erg blij hem te zien, en droeg zijn zoon op een gans te slachten en te bereiden. De zoon vroeg: ‘Welke zullen we slachten? De ene die kan snateren? Of de andere die niet kan snateren?’
‘Slacht de gans maar die niet kan snateren!’ antwoordde de gastheer.

De volgende morgen vroeg een van de discipelen aan Zhuang Zi: ‘Gisteren in de bergen was er die boom die vanwege zijn onbruikbaarheid zijn natuurlijke levensduur kon behouden, maar nu is de gans van onze gastheer juist geslacht omdat het hem aan gaven ontbrak. Meester, wat is uw positie in deze kwestie?’
Zhuang Zi lachte, en zei: ‘Als ik mijn positie zou moeten bepalen, dan zou die ergens in het midden, tussen bruikbaar en onbruikbaar in, moeten zijn. Maar zo’n middenpositie lijkt beter dan ze is, want op die manier ontkom je niet aan beslommeringen. Maar ik zeg jullie: als je de kracht van de Tao berijdt en zo gaat rondzwerven — dan is het anders (...)

Vertaling Kristofer Schipper 2007

Chinese tekst

Notitie

foto Lapland of Zweden

Work in progress.
-
test
Hier komt een essay over de boomverhalen

Opmerkingen bij de literatuurlijst

Vertaling:
SCHIPPER, Kristofer (2007). Zhuang Zi. De volledige geschriften: Het grote klassieke boek van het taoïsme
Augustus ISBN13: 978-90-457-0085-4 (Nederlands)

Artikelen:
BRAKEL, Jaap van (2015). Heidegger om Zhuangzi and Uselessness: Illustrating preconditions of comparative philosophy (Engels)

GALVANY, Albert (2009). Discussing usefulness: Trees as Metaphor in the Zhuangzi IN: Monumenta Serica Vol. 57 pp. 71-97. (Engels)

GRANGE, Joseph (2005). Zhuang's tree IN: Journal of Chinese Philosophy Vol 32 Nr 2 p 171-18. (Engels)

MAJOR, John S. (1975). The efficacy of uselessness IN: Philosophy East and West Vol 25 Iss 3 p265-27. (Engels)

SVARVERUD, Rune (2006). The usefulness of uselessness: The realm of useless trees according to Zhuangzi IN: Anderl, Studies in Chinese Language and Culture (Engels)

Literatuur

Boeken 1 tot 4 van de 4

GALVANY, Albert (2009). Discussing usefulness: Trees as Metaphor in the Zhuangzi  IN: Monumenta Serica, 2009 Vol. 57 pp. 71-97. (Engels) *

MAJOR, John S. (1975). The efficacy of uselessness  IN: Philosophy East and West, 1975 Vol 25 Iss 3 p265-27. (Engels) *

KWEK, Dorothy (2018). The Importance of Being Useless: A Cross-Cultural Contribution to the New Materialisms from Zhuangzi, 2018 (Engels)
IN: Theory, Culture & Society 2018, Vol. 35(7–8) p 21–48 *

SVARVERUD, Rune (2006). The usefulness of uselessness: The realm of useless trees according to Zhuangzi  IN: Anderl, Studies in Chinese Language and Culture, 2006 (Engels) *

Boeken 1 tot 4 van de 4


colofon | cookies | afkortingen en iconen